De Drentse hunebedden en hun historie

Kom alles te weten over de geologische historie over Drenthe. Ontdek de geschiedenis van de hunebedden. En waar in vredesnaam die gigantische rotsblokken vandaan kwamen.

star
star
star
star
star
star

Drenthe kwam door de ijstijden eruit te zien als een omgekeerd soepbord. Dit hoge gebied bezaaid met keien werd was bijna ontoegankelijke voor de mens omdat het ingeklemd lag tussen de lagere moerassen en het veen. De geschiedenis leert ons dat het de mens het lang geleden al gelukt is er te komen. En zo begint de historie van de Hunebedden.

Meer informatie & boeken bij Hof van saksen.

Landal - Hof van Saksen

Meer info & boeken

Center parcs - Huttenheugte

Meer info & boeken

Booking.com - Hotel de Vlijt

Meer info & boeken

Andere (ijs)tijden - Geologische geschiedenis

Lang, heel lang geleden was het landoppervlak van Drenthe bedekt met gletsjers en ijs. De gemiddelde temperatuur in Juli was rond de minus 10 graden Celsius in deze poolwoestijn. Deze ijstijd, samen met eerdere ijstijden, hebben volgens de informatie die we nu hebben, minimaal 5 keer plaatsgevonden. De eerste ijstijd, ongeveer 2,3 miljoen jaar geleden en de laatste ijstijd zo'n 11.000 jaar geleden, elke keer afgewisseld met een gematigd klimaat.

Van de laatste 3 ijstijden kunnen we in Drenthe nog sporen terug vinden, zo zijn er de verschillende grond- en gesteenten soorten die hier naar toe geschoven zijn door de kruiende ijsbergen. Door deze opstuwing, erosie en permafrost in deze perioden, zijn nu de vele en vaak ook subtiele hoogte verschillen in Drenthe nog te zien.

De uitbreiding van het ijsmassief tijdens de ijstijd over noord europa.

De op één na laatste bedekking met ijs in Drenthe, vond plaats in een periode tussen 130.000 en 250.000 jaar geleden. Tijdens deze periode zijn ook de grote keien meegevoerd uit Scandinavische gebieden, en deze zien we terug in de hunebedden. De Hondsrug, samen met nog wat andere kleinere vaak kaarsrechte ruggen, stammen ook uit de laatste fase van deze periode. Ze bevatten het gesteende wat door landijs is meegevoerd en loopt zo'n 70 kilometer, vanuit Groningen dwars door Drenthe heen. De gemiddelde hoogte is 20 meter boven NAP, met als hoogste punt 26,5 meter vlak bij Emmen.

Smeltend ijs op de Hondsrug

De opvolgende warme perioden hebben grote invloed gehad op de verplaatsing van het smelt water en de vele beken en rivieren. De beekdalen ten oosten van de rug zoals het Hunzedal vulden zich met smeltwater en werden rivieren van vele kilometers breed, ze schuurden het Hunze dal diep uit en braken soms door de rug, zo erodeerde sommige stukken van de Hondsrug weg. Ook heeft het vasthouden van alle neerslag in de vorm van ijs, invloed gehad op de waterstanden van de zee.

Van de laatste ijstijd van 11.700 jaar geleden, die ook wel het Weichselien genoemd wordt, weten we dat je naar Engeland kon wandelen. Het zuidelijke deel van de Noordzee stond namelijk helemaal droog. Dit alles dus zonder natte voeten te krijgen, maar ja, wel met bevroren tenen. Dit kwam niet alleen door de ophoping van ijs (en daarmee de verdwijning van water), maar ook door de druk van het ijs op het Scandinavische gebied. Volgens de informatie uit geologisch onderzoek, zakte de aardkorst daar honderden meters in, met als gevolg dat de gebieden aan de randen van het ijs omhoog gedrukt werden en boven het wateroppervlak kwam te liggen.

Daarna begon de temperatuur en daarmee ook de zeespiegel weer te stijgen. Deze relatief warme periode noemt men ook wel het holoceen en daar leven wij nu nog steeds in. Rivieren zoals de Rijn en Waal bewogen als rivieren delta's door het vlakke land en verplaatsen zich soms ook door Drenthe. Zo zijn er zijn afzettingen van rivier gesteente gevonden uit bijvoorbeeld het Eiffel gebied. Nederland zoals we het nu kennen is in deze periode gevormd. In de hoger liggende gebieden in Drenthe, is het vanaf die tijd geologisch gezien rustig gebleven in Drenthe. Vandaar ook wel terecht de naam Oer provincie. In het westen en noorden van Nederland was dat wel anders: De kust stroken hadden veel overstromingen door het stijgende water.

Koop ook het boek met meer dan 150 paginas over geschiedenis van Drenthe aan te schaffen via Bol.com: Geschiedenis van Drenthe

Van jagers tot boeren

Tussen 9000 en 7500 jaar geleden steeg de zeespiegel zelfs met 25 meter! Soms wel met een snelheid tot 2 meter per eeuw. Grote delen van het westen van Nederland kwamen onder water te liggen, of werden waddengebieden met getijde water. De achterliggende gebieden werden veengebieden door de toestroom van kwelwater uit het hoger liggende achterland zoals Drenthe. Het landschap raakte begroeid met bossen, en groepjes jagers/ verzamelaars, trokken door Drenthe, op zoek naar rendieren, poolvossen en paarden.

Zo'n 6000 jaar geleden schoof de zee nog meer landinwaarts, en veranderde ook de veengrens mee die nog groter werd en dieper landinwaarts trok. Overigens lag de zeespiegel toen, nog steeds zo'n 4,5 meter onder het huidige NAP. De zeespiegelstijging stagneerde langzaam, en daarna groeide het Nederlandse landgebied langzaam weer de zee in. Getijdebekkens slibde dicht en het IJsselmeer gebied werden veelal afzonderlijke Flevomeren. Alleen in het noordelijke waddengebied breidde het water zich nog uit. Het grootste gedeelte van Nederland was 3500 jaar geleden bedekt met veengebied, en ook Drenthe werd grotendeels gevuld met Veen.

Houten huisjes, vee en akkergrond en de hunebedden van het trechterbekervolk.

Boeren gemeenschappen hadden zich gevestigd in Drenthe. Op de zandgronden werd akkerbouw en veeteelt bedreven, bomen werden gekapt om huizen te bouwen.

Bekijk het Hunebed centrum

Het zakkende veen landschap ingepolderd

2000 jaar geleden werd de invloed van de mens ook duidelijker. Doordat de Flevomeren in de romeinse tijd werden verbonden met de Waddenzee, kreeg het zeewater vrij spel om de Zuiderzee te vullen. Mensen gingen veen ontwateren met het aanleggen van sloten en daarmee zakte de droger wordende veengebieden onder zeeniveau. Als gevolg daarvan zijn ook de zeearmen ontstaan in het al laag liggende Zeeland.

1200 jaar geleden had het ontwateren en ontginnen van de veengebieden een desastreus effect op vele regio's. De rivieren gebieden, het noordelijk gebied en zeeland werden getijdegebieden en stonden vaak blank. In Drenthe bleef deze grootschalige ontginning nog enkele eeuwen bespaard. Wel ontstonden er de eerste dorpen en steden als Coevorden, die als droger gebied een doorgang bood tussen de vele omliggende natte veengebieden.

Als resultaat van alle bedijkingen, ontstond 500 jaar geleden in Nederland het polderlandschap. Ondertussen verdween het veen, als resultaat van afgravingen (voor veenwinning), afslag en inklinking door ontwatering. De voorloper van ons cultuurlandschap was geboren en inmiddels is er geen stukje meer dat niet door mensen aangepast is of beheerd wordt. De natuur in Drenthe heeft hier ook mee te maken.

Wandelen door het bargerveen

Hoewel het mensen handen waren die het veen grotendeels hebben ontgonnen en bossen hebben gekapt om te kunnen overleven. Is het opmerkelijk dat het nu diezelfde mensen handen zijn, die dankzij nieuwe opgedane kennis en informatie over Drenthe, de veengebieden weer aanleggen en bijhouden, en de bosrijke natuurgebieden in stand houden.

Bekijk Natuurgebieden